© 2014-2019 KIEN BVBA

Events |  Find usKieneticCareersPrivacy Policy

Belgium HQ Van Hemelrijcklei 119, 2930 Brasschaat (Antwerpen), +32 (0) 3 292 59 44

Member of the Digital Innovation Group

  • Instagram
  • LinkedIn
  • Facebook
DI_Logo_CMYK_m_SChriftzug.png

Business 4.0 / Internet-of-Things

Het Internet of Things (IoT) is een system van onderling verbonden computerapparatuur, mechanische en digitale machines, objecten, dieren of mensen die zijn uitgerust met unieke identificatiegegevens (UIDs) en de mogelijkheid hebben om gegevens te verzenden over een netwerk zonder interactie tussen mensen of mens en computer.

 

Een ding in het Internet of Things kan een persoon zijn met een hartmonitor implantaat, een boerderijdier met een biochip transponder, een auto met ingebouwde sensoren die de chauffeur waarschuwen wanneer de bandenspanning te laag is of eender welk natuurlijk of kunstmatig object dat een IP-adres toegeschreven kan krijgen en gegevens over een netwerk kan verzenden.

Steeds meer organisaties in allerlei industrieën gebruiken het IoT om efficiënter te opereren, de klant beter te begrijpen en de klantenservice te verbeteren, besluitvorming te verbeteren en de waarde van het bedrijf te vergrootten.

De geschiedenis van het IoT

Kevin Ashton, medeoprichter van het Auto-ID Center aan MIT, had het voor het eerst over het Internet of Things tijdens een presentatie die hij hield voor Procter & Gamble (P&G) in 1999. Hij wilde radiofrequentie-ID (RFID) onder de aandacht wilde brengen bij P&G’s senior management en noemde zijn presentatie ‘Internet of Things’ om in te haken op de nieuwste trend van 1999: het internet. MIT professor Neil Gershenfelds boek When Things Start to Think, wat ook uitkwam in 1999, gebruikte niet precies dezelfde term, maar gaf een duidelijk beeld van wat het IoT zou worden.

Het IoT is geëvolueerd van de versmelting van draadloze technologieën, micro-elektromechanische systemen (MEMS), microdiensten en het internet. Deze samensmelting heeft de silo’s tussen operationele technologie (OT) en informatietechnologie (IT) helpen slechten, waardoor ongestructureerde door machines gegenereerde gegevens konden worden geanalyseerd om verbeteringen aan te brengen.

 

Hoewel Ashton het als eerste had over het Internet of Things, is het idee van verbonden apparaten er al sinds de jaren 1970, onder noemers als ‘embedded internet’ en ‘pervasive computing’.

Het eerste apparaat verbonden met het internet was bijvoorbeeld een Coca-Cola-automaat op de Carnegie Mellon University in de vroege jaren 1980. Dankzij het internet konden programmeurs de status van de machine monitoren en bepalen wanneer er een koud drankje op hen wachtte, als ze naar de machine zouden lopen.

IoT is geëvolueerd van machine-naar-machine (M2M) communicatie naar machines die met elkaar verbonden zijn via een netwerk zonder menselijke tussenkomst. M2M refereert naar een apparaat verbinden met de cloud, beheren en verzamelen van gegevens.

 

Het IoT is een sensornetwerk van miljarden smart devices die mensen, systemen en andere applicaties met elkaar verbindt om gegevens te verzamelen en te delen, daarmee is het een stap verder dan M2M. Als het fundament waarop het gebouwd is, biedt M2M de connectiviteit die het IoT mogelijk maakt.

Het Internet of Things is ook een natuurlijke verlenging van SCADA (Supervisory Control And Data Acquisition), een categorie voor softwareapplicatieprogramma’s voor procescontrole, het verzamelen van data in real-time van afgelegen locaties om apparatuur en omstandigheden te regelen. SCADA-systemen omvatten hardware- en softwarecomponenten. De hardware verzameld en verzend data naar een computer met geïnstalleerde SCADA-software, waar het vervolgens wordt verwerkt en tijdig wordt gepresenteerd. De ontwikkeling van SCADA ging op zo dat late generatie SCADA-systemen zich ontwikkelden tot eerste generatie IoT-systemen.

Het concept van het IoT-ecosysteem werd echter pas zoals we het kennen halverwege 2010, toen, onder meer, de Chinese overheid aangaf dat het IoT een strategische prioriteit zou worden in hun vijfjarenplan.

Hoe het IoT werkt

Een IoT-ecosysteem bestaat uit web-enabled smart devices die ingebedde processoren, sensoren en communicatiehardware gebruiken om te handelen naar verzamelde en verzonden gegevens die zij in hun omgeving verzamelen. IoT-apparaten delen de sensorgegevens die zij verzamelen middels een verbinding met een IoT-gateway of andere randapparatuur waarmee data naar de cloud wordt gestuurd voor analyse or waar het lokaal wordt geanalyseerd. Soms communiceren deze apparaten met andere verbonden apparaten en handelen zij naar de informatie die zij van elkaar doorgestuurd krijgen. De apparaten doen het meeste werk zonder menselijke tussenkomst, hoewel mensen interactie kunnen hebben met de apparaten. Bijvoorbeeld door ze te installeren, instructies te geven of gegevens te benaderen.

 

De connectiviteits-, netwerk- en communicatieprotocollen die worden gebruikt met deze web-enabled apparaten, zijn grotendeels afhankelijk van de specifieke IoT-applicaties die worden ingezet.

De voordelen van het IoT

Het Internet of Things biedt meerdere voordelen voor organisaties, waardoor zij:

  • de kunnen monitoren

  • de klantbeleving kunnen verbeteren

  • tijd en geld besparen

  • de productiviteit van medewerkers kunnen verhogen

  • bedrijfsmodellen kunnen integreren en aanpassen

  • meer omzet kunnen genereren
     

IoT moedigt bedrijven aan om opnieuw na te denken over de manier waarop ze hun bedrijven, industrieën en markten benaderen en geeft hen de tools om hun bedrijfsstrategieën te verbeteren.

​IoT-applicaties voor consumenten en ondernemingen

Er zijn meerdere real-world toepassingen voor het Internet of Things, variërend van IoT voor consumenten en voor bedrijven tot IoT voor productie en industrie (IIoT). IoT-toepassingen omvatten tal van verticals, waaronder auto’s, telecommunicatie, energie en meer.

In het consumentensegment kunnen bijvoorbeeld slimme woningen zijn uitgerust met slimme thermostaten, smart apparaten en aangesloten verwarming, verlichting en elektronische apparaten op afstand worden bestuurd via computers, smartphones of andere mobiele apparaten.

​Wearables kunnen met sensoren en software gebruikersdata verzamelen en analyseren en bericht sturen naar andere technologieën over de gebruiker, met als doel het leven van de gebruiker makkelijker en comfortabeler te maken. Wearables kunnen ook gebruikt worden door hulpdiensten. Zo kan de responstijd van hulpverleners verkort worden door een geoptimaliseerde route naar de locatie van het slachtoffer. Ook kan door tracking de locatie van bijvoorbeeld bouwvakkers in nood worden bepaald en de vitale functies van brandweerlieden op levensbedreigende locaties worden gemonitord.

Het IoT biedt de gezondheidszorg vele voordelen, waaronder de mogelijkheid om patiënten nauwgezet te monitoren door middel van gegenereerde data en data-analyse. Ziekenhuizen gebruiken vaak IoT-systemen om taken te vervullen zoals voorraadbeheer, voor zowel geneesmiddelen als medische instrumenten.

​Smart gebouwen kunnen bijvoorbeeld de energiekosten verlagen, door met sensoren te detecteren hoeveel mensen er in een ruimte zijn. De temperatuur kan dan automatisch worden aangepast, bijvoorbeeld door de airconditioning aan te zetten als er wordt gedetecteerd dat een vergaderruimte vol zit of de verwarming lager te zetten als iedereen naar huis is gegaan.

In de landbouw kunnen IoT-gebaseerde smart landbouwsystemen helpen bij het monitoren van bijvoorbeeld licht, temperatuur, lucht- en bodemvochtigheid van akkers, met behulp van verbonden sensoren. Het IoT is ook een belangrijk hulpmiddel bij het automatiseren van irrigatiesystemen.

In een smart city kunnen IoT-sensoren en -implementaties, zoals smart straatverlichting en smart parkeermeters, helpen om de verkeersdrukte te verlichten, energie te besparen, het milieu monitoren en beschermen en sanitaire voorzieningen verbeteren.

IoT beveiliging en privacy problemen

Het Internet of Things verbindt miljarden apparaten met het internet en gebruikt miljarden datapunten, die allemaal beveiligd moeten worden. Vanwege deze grootte zijn IoT-beveiliging en IoT-privacy grote zorgen.

​Een van de meeste beruchte recente IoT-aanvallen was Mirai, een botnet dat was geïnfiltreerd in domeinnaamserverprovider Dyn en veel website platlegde voor langere tijd. Het was een van de grootste Distributed Denial-of-Service (DDos) aanvallen ooit. De aanvallers kregen toegang to het netwerk door misbruik te maken van slecht beveiligde IoT-apparaten.

Omdat IoT-apparaten nauw zijn verbonden, moet een hacker alleen maar een kwetsbaarheid misbruiken om data te manipuleren, waardoor het onbruikbaar wordt. En fabrikanten die hun apparaten niet regelmatig of zelfs helemaal niet updaten, laten die apparaten kwetsbaar voor aanvallen van cybercriminelen.

Daarnaast vragen verbonden apparaten vaak aan gebruikers om hun persoonlijke informatie, waaronder namen, leeftijd, adressen, telefoonnummers en zelfs sociale media-accounts. Informatie die van grote waarde is voor hackers.

Maar hackers zijn niet de enige dreiging voor het Internet of Things. Privacy is een andere grote zorg voor IoT-gebruikers. Bijvoorbeeld, bedrijven die IoT-apparaten maken en verspreiden kunnen die apparaten gebruiken om persoonlijke gegevens te verzamelen en door te verkopen.

Naast het lekken van persoonlijke gegevens, is het IoT ook een risico voor belangrijke infrastructuur, waaronder elektriciteit, transport en financiële diensten.

​De toekomst van het IoT

Er is geen tekort aan IoT-marktschattingen. Bijvoorbeeld:

  • Bain & Company

  • McKinsey & Company

  • IHS Markit is van mening dat het aantal aangesloten IoT-apparaten jaarlijks met 12% zal toenemen tot 125 miljard in 2030.

  • Gartner beoordeelt dat er 20,8 miljard verbonden apparaten in gebruik zullen zijn tegen 2020. Met in 2018 een totale uitgave van 3,7 biljoen dollar aan IoT-apparaten en -diensten.

Gerelateerde content